De beste schijnoplossing is een drempel. We hebben een probleem, we werpen een drempel op en doen net of alles opgelost is.

Er komt tocht onder de woonkamerdeur door? Geen probleem; even een drempeltje leggen!
Er wordt door de straat te hard gereden? Geen probleem; even een drempeltje leggen!
Er komen teveel politieke partijen? Geen probleem; even het kiesdrempeltje ophogen!

Die laatste schijnoplossing hoor je soms van het CDA en vaak, heel vaak, veel te vaak van de VVD. In 2015 is het de landelijk voorzitter Henry Keizer, gevolgd door Edith Schippers en afgelopen juni was het Minister van Staat Frits Korthals Altes die pleitte voor een kiesdrempel van 5% (lees: alleen fracties van 7 zetels of meer kunnen in de Kamer komen).

De partijen die (landelijk) altijd die 5%-grens hebben gehaald zijn: VVD, CDA. PVDA en PVV. Bij de laatste verkiezingen waren deze partijen samen goed voor 5,5 miljoen kiezers. En die andere 5 miljoen dan? Juist, die stemden op een ander partijtje! Moeten we dan de helft van de kiezers middels een drempeltje dan gaan dwingen op een grote (?) partij te stemmen, of helemaal niet te stemmen? Een schijnoplossing dus.

De eerlijkheid gebied me te zeggen dat zowel CDA als VVD in de praktijk laten zien dat ze er zelf ook niet in geloven. In Rotterdam gaat de eenmansfractie van ChristenUnie-SGP de coalitie met CDA steunen en bij de kabinetsformatie bestaat de mogelijkheid (op het moment dat ik dit schrijf) dat ChristenUnie als distributieriem van het VVD/CDA/D66-motorblok gaat functioneren.

Dat schijnt de oplossing te zijn.